Sardinië
(Italiaans: Sardegna; Frans: Sardaigne) is een Italiaans eiland in de
Tyrrheense Zee (Middellandse Zee) en is van het eiland Corsica gescheiden
door de Straat (Bocche) van Bonifacio. Sardinië ligt maar twaalf kilometer
ten zuiden van Corsica en vormt samen met de kleine eilandjes Maddalena,
Caprera, Asinara en Sant’Antioco de gelijknamige “regione”.
Met een oppervlakte van iets meer dan 24.000 km2 is Sardinië na Sicilië het
grootste eiland in de Middellandse Zee. Van noord naar zuid meet Sardinië
ca. 270 km en van oost naar west maximaal ca. 145 km. Noord-Afrika ligt maar
op ca. 180 km en het vasteland van Italië ligt op ca. 190 km. Belangrijke
steden zijn Oristano, Sassari, Nuaro, Olbia en natuurlijk Cagliari, de
hoofdstad van het eiland.
Sardinië heeft minder hoge bergen dan het nabij gelegen Corsica, maar is
overwegend heuvelachtig en soms bergachtig. De hoogste bergen zijn de Punta
la Marmora met 1834 meter en de Monte Bruncu Spina met 1829 meter. Deze
bergen horen bij het Gennargentu-gebergte dat door het binnenland van noord
naar zuid loopt, en naar het zuiden uitloopt in het Gerrei-gebergte en naar
het noorden in de Monte di Alba. Van oost naar west loopt het Marghine
Goceano-gebergte over het eiland. In het zuidwesten ligt het
Iglesiente-gebergte en ten zuidwesten van Cagliari ligt het
Capoterra-gebergte. De bergen in het oosten zijn vrijwel onbegroeid terwijl
de bergen in het binnenland begroeid zijn met dichte bossen. Sardinië heeft
een 1800 kilometer lange kustlijn. Aan de zuidkust bevinden zich kilometers
lange stranden. De oostkust en noordoostkust zijn zeer rotsachtig. De rest
van de kust wordt gekenmerkt door grote inhammen met kleine baaitjes en
schelp- en kiezelstranden.
De belangrijkste van de vaak waterarme rivieren zijn de Tirso, Flumendosa,
Mannu en Coghinas. De grootste meren zijn de strandmeren van Cagliari en
Cabras en in het binnenland het stuwmeer Omodeo in de Tirso. Langs de
westoever van de baai bij Cagliari ligt een netwerk van meren en moerassen.
De grote lagune van het Santa Gilla-moeras beslaat ruim 4000 ha, inclusief
de oude Macchiareddu- zoutvlakte waar het enige nog in gebruik zijnde
zoutwerk zich bevindt.
Klimaat
Sardinië heeft een subtropisch klimaat met zachte regenrijke winters en
droge en vaak zeer warme zomers. De gemiddelde temperatuur ligt in de zomer
aan de kust tussen de 25°C en 30°C. In de bergen liggen de temperaturen dan
rond de 20°C. In de winter is het in Cagliari gemiddeld minimaal 14°C en
maximaal 23°C. De gemiddelde jaarlijkse temperatuur in Cagliari is 18,1°C.
In de bergstreken is het ’s winters minimaal rond 0°C en maximaal 6°C. ’s
Zomers valt er langs de kusten praktisch geen regen, in de bergen soms
buien. ’s Winters valt er vooral in het noorden vrij veel regen. De
gemiddelde jaarlijkse neerslag in het zuidelijk gelegen Cagliari bedraagt
ca. 362 mm. In het begin van de winter valt er veel sneeuw op het
Gennargentu-massief en soms zelfs op het lager gelegen rotslandschap van de
Supramonte.
Men heeft uitgerekend dat er jaarlijks gemiddeld 125 bewolkte dagen
voorkomen langs de kust. In de bergen ligt dat aantal hoger, namelijk ca.
200. De temperatuur van het zeewater is het hoogst in september, ca. 24°C.
Twee soorten winden zijn ook bepalend voor het weer op Sardinië. De mistral
is een wind die vanaf het Rhônedal in Frankrijk waait en ’s winters de
temperatuur verhoogd en ’s zomers voor wat afkoeling in het noorden zorgt.
De sirocco, een warme Sahara-wind, kan met name in het zuiden en zuidoosten
voor extreem hoge temperaturen zorgen (’s nachts tot boven de 30°C) in de
zomer.